Aan de slag

Mijn borstvoedingservaringen – boek in uitvoering

huge.1.8190
Written by Anna Teresa

Borstvoeding: wel of niet aan beginnen? Ik ken heel wat nieuwe moeders die worstelen met deze vraag. De een begint vervolgens vol goede moed aan het avontuur, de ander een beetje schoorvoetend met in het achterhoofd een escapeknop waar ze soms graag op wil drukken. Ikzelf heb goede en nare ervaringen met borstvoeding en die wil ik delen. Om zo de stap naar een bijzondere, mooie en makkelijke periode beter te kunnen nemen.

Deze ervaringen heb ik opgeschreven met als doel er ooit een boek van te maken. Maar omdat er andere zaken op mijn pad kwamen – kinderen, een mooie drukke baan – is dat boek er nog niet van gekomen. Geïnspireerd door de mooie foto van een voedende Alyssa Milano op Instagram, wil ik dat wat ik geschreven heb al met jullie delen. Om ook te inspireren en ‘adviseren’.

DSCF0364
Hier ben ik op Sardinië waar ik tijdens een dorpsfeest gewoon midden op straat mijn zoon voed.

Borstvoedingsboek Anna Teresa Bellinzis (status – nog niet af)

Misschien heb je dit boek gekocht omdat je je wilt voorbereiden op de borstvoeding die je gaat geven. Of wellicht twijfel je nog of je het eigenlijk wel wilt doen. Vraag je (schoon)zus, collega, vriendin en (schoon)moeder naar hun ervaringen en ze zullen je allemaal wat anders vertellen. Ook het lezen van brochures, informatiefolders of een bezoekje aan het forum van de Samenwerkende Borstvoeding Organisaties (SBO) kan enige verwarring opleveren. Want is het nu een eitje of is het geven van borstvoeding een gevecht? Ook ik kan je daar niet een eenduidig antwoord op geven. Ik kan alleen mijn eerdere ervaringen met je delen en je meenemen in het nieuwe avontuur dat komen gaat.

De kolven staan namelijk alweer klaar en nieuwe voedingsbeha’s zijn gekocht. Nu is het enkel wachten op die kleine spruit. Alleen lig ik nu alweer twee weken in het ziekenhuis met gebroken vliezen bij een zwangerschap van slechts 29 weken. Wanneer de baby geboren wordt en of ‘ie dan ook al aan de borst mag, is nog onzeker. Dat was eerder wel anders.

————————————————————————————————————————————–

In december 2004 ben ik bevallen van mijn eerste zoontje. Met een vroedvrouw als moeder, een zwangerschapscursus en vele boeken over zwanger zijn en bevallen had ik mij zo goed als ik kon overal op voorbereid. Wat waren die negen maanden spannend. Wat zouden we krijgen? Hoe gingen we het noemen? Hoe zou ons gezin er naderhand uitzien? Natuurlijk heb ik op een gegeven moment ook besloten dat ik borstvoeding zou gaan geven. Waarom? Tja, omdat ik las dat dat goed is voor de baby. Omdat je de melk altijd voorhanden hebt. Omdat je niet hoeft te klungelen met flesjes. Omdat dat natuurlijk is. Het paste ook wel bij mij. Ik was altijd en voor iedereen al heel zorgzaam en als ik iemand vertelde dat ik borstvoeding zou gaan geven, klonk dat ook heel logisch.

Toen mijn jongste zus bijvoorbeeld drie jaar later beviel van haar eerste kindje, heeft ze ook even getwijfeld over borst- en flesvoeding. Kon ze borstvoeding wel goed combineren met haar werk? Zou ze altijd ‘in dienst kunnen staan’ van haar kind? Dat was niet haar formulering, maar zo vatte ik het op. En in tegenstelling tot mij en mijn oudste zus die eerder al drie kinderen zelf voedde, zei mijn moeder tegen haar: ‘Geef jij maar lekker de fles’. Dat was geen gebrek van vertrouwen, maar een inschatting. Want als geen ander wist mijn moeder ook dat voor het geven van borstvoeding volledige inzet nodig is. Je moet het echt willen en bestand zijn tegen pijn en tegenslagen. Want: als het goed gaat, is het zo bijzonder en makkelijk. Maar als het fout gaat…

 

 

Op de site van Borstvoedingorganisatie LLL staat dat borstvoeding natuurlijk en eenvoudig is, als je weet hoe het moet en wat je te wachten staat. Wist ik wat mij te wachten stond? Nee. Want zeg nou zelf: in Afrika voeden vrouwen hun kinderen ook gewoon zelf zonder een cursus te volgen. En als je twee volle borsten hebt én een hongerig kind in je armen, kan er toch niks meer fout gaan? Nee, ik richtte me op de zwangerschap, de bevalling, de roze wolk. De rest zou als vanzelf gaan.

Op 17 december was het dan zover. Na een snelle, maar helse bevalling die eindigde in het ziekenhuis met de vacuümpomp, lag daar een klein roodharig jongetje in mijn armen.
(Nu mag je best weten dat dat een echte schok was. Ik was er namelijk van overtuigd dat ik een meisje zou krijgen. Niet naar aanleiding van een echo, maar mijn gevoel gaf dat aan. Een meisje met zwarte krulletjes. Een kleine mini-me. Wat ik kreeg was toch wel het tegenovergestelde: een perfecte kopie van mijn man. Maar ik zag al gelijk dat ik niet beter had kunnen wensen.)
Dit kleine kereltje keek, een beetje scheel nog, vanonder zijn mutsje naar mij. En zodra ik mijn T-shirt omhoog deed en mijn borst ontblote, keek hij verlekkerd naar mijn tepel. Ik tilde hem een beetje dichter bij en het mondje sloot zich er al gauw omheen. Zie je nu wel, dacht ik. Als vanzelf.
Niet wetende dat ik vier weken later voor een heel moeilijke beslissing zou komen te staan.

Die eerste slokjes waren nog niet helemaal perfect. Mijn kleintje moest nog leren drinken, maar de eerste melk kwam en hij was zichtbaar verzadigd. De kraamverzorgster hielp mij de eerste week op weg en het leek allemaal wel goed te gaan. Het was een periode van opstarten en wennen. Zo is het aanleggen van een pasgeborene best nog een hele klus. En ook een heel pijnlijke. Die eerste hap, die eerste zuigbewegingen, je vliegt er haast van tegen het plafond. Zo’n helse pijn doet dat en die pijn houdt rustig de eerste drie weken aan. Het is ook een pijn die veel vrouwen vaak doet besluiten om er mee te stoppen. Maar wees er zeker van, het trekt weg. Je tepels wennen aan het ritme en aan de zuigkracht.  Daarnaast herinner ik me nog de lekkende borsten, de pijnlijke borsten en vooral de grote borsten. Maar ook dat, als je eenmaal een ritme hebt gevonden en je borsten weten hoeveel melk ze moeten produceren, komt allemaal goed.

Als ik erop terugkijk, heb ik het jammer gevonden dat ik niet beter bedacht was op problemen. Denk aan spruw, bij jezelf, het kind of beiden en aan een borstontsteking. Het is helemaal niet nodig dat je van alle problemen van a tot z weet hoe het begint, wat de symptomen zijn en wat je ertegen moet doen. Handig is wel dat je weet wat veelvoorkomende problemen zijn en hoe je ze herkent. Mocht je symptomen tegenkomen dan kun je op dat moment op zoek gaan naar een oplossing. Via bijvoorbeeld je wijkverpleegkundige, het internet of een brochure.
Zo kwam ik er pas naderhand achter ik dat ik spruw en borstontstekingen heb gehad. Ik herinner me nog heel goed dat ik op een zondagavond op de bank lag met een ontzettend grote linkerborst. En dan bedoel ik echt groot, Pamela Anderson zou jaloers zijn. Hij was warm, hard en deed pijn. Die pijn trok door tot in mijn arm en ik kon me haast niet bewegen. Ik heb die avond laat nog wel telefonisch contact gehad met een vrijwilliger van een van de organisaties die me adviseerde om onder een warme douche te masseren en koude en warme kompressen te gebruiken. Maar doordat ik toch geen echte voorkennis had en het telefonische advies ook niet echt goed tot me doordrong, wellicht ook omdat mijn hoofd er op dat moment niet naar stond, heb ik vooral geleden en gehoopt dat het over zou gaan. Wel belangrijk, en dat zou elke vrouw moeten hebben, is dat mijn man mij altijd gesteund heeft. Omdat hij ook vond dat borstvoeding belangrijk was, maar vooral omdat hij wist dat ik graag wilde dat het lukte. Toen dat naderhand niet het geval bleek te zijn, stond hij net zo goed achter me toen ik besloot te stoppen.

Ik heb me daar overigens flink schuldig om gevoeld. Maar ik zag op dat moment geen andere uitweg. Vast en zeker had ik de borstvoedingsperiode kunnen rekken daar intensieve hulp en meer dan 100 procent inzet, maar ik was op. En wellicht was een van de oplossingen geweest dat ik zelf op een dieet was gegaan. Mijn zoontje had namelijk zeer waarschijnlijk last van allergieën, in dit geval een koemelkallergie. Van de koemelk die ik dronk en die hij via mij binnen kreeg. Allergieën waren overigens een van de redenen dat ik ook zo graag borstvoeding wilde geven.
Ik had namelijk van kleins af aan hevige last van hooikoorts en mijn broers en zussen hadden last van eczeem, psoriasis. Mijn man had vroeger last van bronchitis. Kruis dat aan op het formulier om te kijken of je kind kans loopt op allergieën en je scoort (helaas) op alle fronten.

Toen ik ben gestopt, heb ik mijn gevoelens op papier gezet. Het volgende heb ik toen voor mijn zoontje opgeschreven.

Dagboek fragment 11 januari 2005
Het was zeker geen makkelijke beslissing maar op 11 januari heb ik besloten de borstvoeding te stoppen. De klachten: pijnlijke tepels met branderig gevoel en steken. Veel stuwing. Aanleggen gaat moeizaam en met veel pijn. Giacomo hapt niet goed, zijn mondje gaat niet wijd genoeg open. In het begin van de kraamtijd toen ik heel veel last van stuwing had, kon Giacomo niet aan de volle borst drinken. Hij werd dan heel boos en onrustig. Ik ging hem toen de moedermelk met de fles geven. Later kreeg hij van de kraamhulp ook een speen tegen de krampjes. Vervolgens ging hij aan de borst drinken alsof het een speen was: tepel-speenverwarring. Ik heb Giacomo ook vaak in een doek gewikkeld om controle op hem te krijgen. Zodat hij rustiger aan de borst lag. Op het laatst dacht ik de hele dag alleen nog maar aan voeden. Het werd een obsessie. Het voeden ging gepaard met ontzettend veel pijn en ik moest er steeds bij huilen. Mijn tepels deden ook de hele dag pijn. Naast Giacomo en het huishouden en een sociaal leven vergat ik mezelf helemaal. Mijn ontlasting stopte haast doordat ik te weinig dronk.
Stoppen met borstvoeding is moeilijk en emotioneel. Ik ben nu een halve dag gestopt en mis het contact met Giacomo nu al. Maar hij heeft vast veel meer aan een vrolijke moeder dan een moeder die steeds verkrampt van de pijn en tijdens elke voeding huilt.

Als ik deze tekst als buitenstaander zou lezen, nu, zou ik de neiging hebben om te zeggen: had je het niet nog een keer kunnen proberen? Als borstvoeding goed gebeurt, gaat de pijn weg. Aanleggen kun je leren. Was er wel sprake van tepel-speenverwarring?
Maar ik weet als geen ander (net als mijn man, mijn moeder en de wijkverpleegkundige die mij alledrie steunden) dat ik er alles aan heb gedaan om het te laten slagen. Het lukte gewoon niet, er waren teveel obstakels. Onthoud dat als jij ook in een dip terecht komt waar je met man en macht probeert uit te komen. Stoppen is helemaal niet erg, zeker niet als je weet dat je je uiterste best hebt gedaan.
Anders vind ik het soms bij vrouwen die van tevoren al hebben voorgenomen maar drie of zes maanden borstvoeding te geven. Omdat ze weer gaan werken en kolven ‘zo een gedoe’ vinden. Omdat ze na een paar maanden een groot feest hebben en die dag niet willen kolven. Omdat ze meer vrouw willen zijn en geen melkkoe. (Ik kom nog terug op kolven op het werk en langer borstvoeding geven, maar geloof me: je kunt op en top vrouw zijn, zonder je een melkkoe te voelen!)

Maar goed, ik wilde dus stoppen. De vraag was alleen hoe. Ik kon het namelijk niet aan om nog langer met melk in mijn borsten rond te lopen zonder mijn zoon aan te leggen. Eigenlijk zou je het best kunnen kolven en dan elke dag/paar dagen een voeding eraf tot de productie vanzelf stopt. Ik koos voor een meer omstreden en risicovollere methode. Ik heb met een aantal smalle, lange katoenen doeken mijn borsten platgebonden. Alsof ik een jonkvrouw speelde in een middeleeuwse film die samen met de ridders ten strijde trok. Zo strak mogelijk wikkelde ik de doeken om me heen. En elke avond haalde ik het even los om mijn borsten te controleren op harde plekken en om de ergste spanning er vanaf te masseren. Maar dat gebeurde snel, zonder de borsten ook maar te stimuleren melk aan te maken. De kans op een borstontsteking was groot en een aantal mensen keurden mijn methode af. Maar na drie dagen merkte ik al dat mijn borsten soepeler werden, de melkproductie was gestopt.
Toen kon ik mijn borstvoedingstijd ook een plekje geven. Ik had nu niks meer, dus hoefde me niet schuldig te voelen. Ik dacht alleen soms nog met weemoed terug aan de nachten dat mijn zoontje en ik samen in bed lagen. Hij dicht tegen me aan, zijn mondje om mijn tepel. En met oogjes dicht, beetje kreunend lekker te drinken. Dat is zo intiem, zo vertrouwd. Een heel kostbare herinnering.

Ik was ondertussen overgestapt op hypoallergene voeding. Maar al snel bleek dat dat ook niet de oplossing was. Mijn zoontje was nog steeds onrustig en dronk op het laatst per keer nog maar zo’n 10 cc. Veel te weinig dus. De wijkverpleegkundige raadde ons toen aan om Nutramigen te gaan geven. Een heel kostbare zaak, want deze poedermelk was alleen op recept verkrijgbaar bij de apotheek. Maar het bleek te helpen. En zo was, naast een aantal testen bij de kinderarts, gelijk bewezen dat onze zoon te kampen had met op zijn minst een koemelkallergie. Later werd ook nog een kippeneiwit- en een pinda-allergie geconstateerd.
Anderhalf jaar later beviel ik van onze tweede zoon. En dit keer pakte ik het anders aan: met een cursus van de Vereniging Borstvoeding Natuurlijk. Want ja, eigenlijk wist ik natuurlijk ook niet zeker dat de vrouwen in Afrika het er zo makkelijk vanaf brachten. En mijn eerdere mislukte poging had mij geleerd dat enige basiskennis toch wel handig zou zijn. Een aantal avonden kregen we uitleg over aanleggen, houdingen, kolven en problemen. Aan de hand van steekwoorden op kaartjes moesten we bijvoorbeeld symptomen aan complicaties koppelen. De uitleg die we daarbij nog kregen, hoefden we niet allemaal te onthouden. Die stonden ook in de cursusklapper. Het ging erom dat er een alarmbal zou afgaan als we bijvoorbeeld rode en harde plekken op een borst zouden krijgen. En dat we dan in actie zouden komen om een opkomende borstontsteking of verstopping te voorkomen. En als we pijn zouden krijgen (en houden) bij het aanleggen, zouden we weten waardoor dat zou komen.

Natuurlijk hield ik in mijn achterhoofd dat het ook dit keer mis zou kunnen gaan ondanks de cursus. Maar ik ben altijd positief ingesteld en begon met goede moed aan dit nieuwe avontuur. Onze tweede zoon werd eind juni 2006 geboren. En vanaf het begin merkte ik al een wereld van verschil. Ondanks alle startobstakels zoals pijn bij het aanleggen en zere tepels verliep de borstvoeding nu vlekkeloos. Op mijn lekkende borsten na dan. Het is zeker aan te raden om in het begin een stevige top met zoogkompressen (of beter nog: spuugdoekjes of halve luiertjes) te dragen in bed en om een handdoek op je matras te leggen. Zo houd je je borsten in toom en voorkom je natte plekken in bed.

Doordat het zo goed verliep en ik mijn zoontje op een gegeven moment moeiteloos kon aanleggen en van borst kon laten wisselen, durfde ik ook buitenshuis te voeden. Voor de een iets heel natuurlijks, voor een ander soms toch een te hoge drempel. Voeden in het openbaar blijft toch nog een beetje een taboe. Je kunt je best onzeker voelen en vooral bekeken. Maar als jij jezelf niet te opvallend gedraagt en je hebt enige handigheid gekregen in het aanleggen, is het zeker het proberen waard. Het zou toch jammer zijn als je steeds aan huis gekluisterd bent. Ik zorgde er zelf altijd voor dat ik onder mijn trui of T-shirt een rekbaar hemdje aanhad. Als ik dan ging voeden, ging het shirt omhoog en het hemdje omlaag zodat echt alleen mijn borst bloot kwam en niet ook nog eens mijn hele rug of buik. Als je dan ook nog eens een voedingsbeha draagt, kun je die met een hand openklikken. En nee, ze zijn echt niet allemaal saai en lelijk. Ook in een borstvoedingsbeha kun je je sexy voelen.
Jezelf ontkleden doe je in een paar seconden met een hand, terwijl je baby op de andere arm ligt. Eenmaal bloot, leg je gelijk aan. Je kunt thuis oefenen en je zult merken dat er uiteindelijk slechts een klein beetje borst te zien is. De baby bedekt namelijk het grootste gedeelte. Mocht het nu lawaaierig zijn of is je baby makkelijk afgeleid, dan zou je nog een spuugdoekje, sjaal of hydrofiel luier over je schouder en het hoofdje kunnen leggen. En eigenlijk is er dan niks meer om je zorgen om te maken. Tenzij je net als ik net in een rustig hoekje van een warenhuisrestaurant zit en er komt een bejaard opaatje naast je zitten. Tja, toen ben ik toch maar opgestaan. Misschien zou hij het vertederend vinden, niet beter wetende dan de ervaringen met eigen vrouw en kind. Maar ik zou me toch een beetje een exhibitionist voelen. Afgezien dat moment heb ik eigenlijk overal wel gevoed. In wachtkamers en wegrestaurants. In het restaurant van de Hema waar een moeder en dochter die naast mij kwamen zitten, pas na een peer minuten doorhadden wat ik aan het doen was. Mijn zoontje had ik een beetje afgeschermd met een doek en zelf zat ik op mijn gemak een broodje te eten. Op een bankje in de dierentuin heerlijk in de zon terwijl man en zoon de dieren bekeken. Maar ook eens letterlijk midden op straat toen we op een braderie waren en er in geen velden of wegen iets van een café te bekennen was. Er was enkel het versnaperingkraampje van een vereniging op de hoek van een straat en de plastic tuinstoelen stonden op de weg. Ik moest even slikken, want ja, een meer opvallende plek kon ik niet bedenken met al die voorbijgangers. Maar mijn zoontje had vreselijke honger en mijn borsten stonden op ploffen. Doen dus alsof ik de enige was daar, dat was de enige tactiek die ik bedenken kon. En die oogklepmethode werkte. Het voeden leverde uiteindelijk zelfs een paar vertederende opmerkingen op.
En dat allemaal zonder het meezeulen van flesjes en melkpoeder en het zoeken van een magnetron of heet water.

Okay, ik moest het voor dat gemak wel allemaal zelf doen. ´s Nachts voeden, altijd en overal voeden. Mijn man kwam er wat dat betreft goed vanaf. Met het wiegje naast mijn bed, hoefde ik er echter niet uit en naar een koude keuken om een fles op te warmen. En ik wist van mijn oudste zoon dat het geven van flesvoeding ook geen garantie was dat ik kon blijven liggen. Heb je immers een man die pas gewekt wordt als er naast hem een bom ontploft of die zo slaperig is dat ´ie steeds  ´ik ga zo´zegt, dan zorgt je moederinstinct er toch steeds voor dat je die kleine niet laat huilen. En dus loop je zelf toch het vaakst met flesjes te stoeien in het maanlicht.

Weet je wat ik echt fijn vond? Om ’s nachts in bed op mijn zij met een klein hongerig, half slapend kindje aan mijn borst in het maanlicht te liggen. Terwijl mijn man in diepe slaap was en mijn zoontje soms even naar mij opkijkend lag te smikkelen. Dicht tegen mij aan. En soms vielen we samen in slaap en als ik dan wakker werd na ene paar minuten gebruikte die kleine mijn borst als kussentje. Zo schattig.
Waar je natuurlijk wel voor moet uitkijken als je in bed voedt, is dat je niet op je kindje gaat liggen. Denk er niet te licht over, je zal de eerste niet zijn die zijn baby smoort. Eventueel kun je ook een wekker zetten zodat je, mocht je in slaap vallen, wakker wordt.
Ikzelf had een speciale lighouding waardoor ik niet zijn kant op kon rollen. Om te beginnen legde ik tussen mijn man en mijn zoontje een kussen. Zelf ging ik – als ik met mijn rechter borst wilde voeden – op mijn rechterzij liggen. Mijn rechterarm strekte ik boven het hoofd van mijn zoontje uit, mijn rechterbeen strekte ik naar beneden en mijn linkerbeen trok ik op zodat de voetjes van mijn zoontje ertegen aan kwamen. Zo kon hij niet naar beneden zakken en moest ik toch echt enkele ledematen verplaatsen om zijn kant op te rollen.

Heb je thuis eenmaal alles op rolletjes, dan moet je toch – als je een baan hebt – weer gaan werken. En komt er weer een nieuwe uitdaging op je pad. Ga je immers kolven of niet? Krijg je überhaupt wel de kans om dit te doen? In het Telegraafgebouw waar Sp!ts is ondergebracht, is er zeker rekening gehouden met kolvende moeders. Zoals de werkgever dat eigenlijk ook verplicht is. Er is een afsluitbare ruimte met een gewone en een relaxstoel, een tafel met leesboekjes en een koelkast. Daar kon ik een vierde van mijn werktijd, dus twee uur, besteden aan het kolven. Die tijd heb ik nooit echt nodig gehad, dus vaak ging ik wat eerder naar huis zodat ik de voeding van 19.00 uur weer gewoon ‘live’ kon geven. Die mogelijkheden maakten dus dat ik kon blijven voeden en kolven. Maar er komt nog meer bij kijken. Je eigen schuldgevoel bijvoorbeeld. Want je bent toch steeds weer een tijd weg van je werkplek. In het begin zal dat twee keer zijn, zo om 11.00 en om 15.00 uur, een beetje afhankelijk hoe laat je kindje in de ochtend gedronken heeft.
Wat denken je collega’s daarvan? Vinden ze het vervelend dat je steeds weg bent? Het lijkt zo wel alsof je minder werkt. (Wat in feite ook nog eens waar is). Dan maar niet gaan lunchen in de kantine en aan je bureau blijven zitten? Het zijn gedachten die allemaal wel eens door je hoofd zullen schieten. Een oplossing voor je schuldgevoel is om je collega’s in het begin te vertellen dat je weer gaat werken én dat je gaat kolven. Dat je daar recht op hebt, maar dat het jou ook een beetje een ongemakkelijk gevoel geeft tegenover hen. Maar dat die tijd ook niet blijvend zal zijn, want je hebt immers maar recht op kolftijd tot je kindje negen maanden is. Is je werkgever nu flexibel en je collega’s meegaand, dan is het wellicht ook geen probleem om na die tijd nog een keer per dag te blijven kolven. En dan kun je misschien nog wel je lunchtijd ervoor opofferen. Je bent dan ook wel zo geoefend, dat je met gemak kolft terwijl je een broodje eet.
Maar misschien ben je wel veel op pad, heb je constant vergaderingen of biedt je werkgever je niet meer dan de bezemkast. Dan wordt kolven onder werktijd toch een probleem. Je zou dan kunnen proberen om voordat je weer begint te werken, de voedingen zo te regelen dat je drie voedingen (7.00, 19.00, 23.00) en eventueel een nachtvoeding ‘live’ geeft en voor de andere tijden flesvoeding hebt. Hoe je dat doet, kun je ook weer aan de wijkverpleegkundige van het consultatiebureau of een lactatiekundige vragen.

————————————————————————————————————————————–
Dat waren de herinneringen. Het is nu weer tijd voor het echte werk. Mijn derde zoon is geboren en voor de laatste keer heb ik weer een baby zijn eerste slokjes van mijn borst laten nemen. Vanaf nu ga ik je ‘live’ meenemen tijdens mijn borstvoedingsperiode. Voordat mijn kleinste geboren was, vroeg een van mijn zussen of ik weer borstvoeding ging geven. Of eigenlijk was het geen echte vraag, want ze zei er gelijk achteraan: nu niet meer toch? En het klonk alsof ze wilde zeggen dat ik mijn portie liefdadigheid al gegeven had. Ik kon mijn echter geen enkele reden bedenken waarom ik het niet zou doen.

17 juni Vandaag heb ik Giu na de geboorte gelijk aangelegd. Ik had eigenlijk verwacht dat ik er weer even in moest komen. Want ook nu had ik mij helemaal niet op de borstvoeding voorbereid. Maar het ging echt als vanzelf. In het ziekenhuis zag de verpleging ook gelijk dat ik er handigheid in had en ze lieten me dan ook mijn gang gaan. Moeder legt kind zelf goed aan, stond er in mijn status.

18 juni Vanochtend toen de zon de ziekenhuiskamer in scheen zag ik Giu in zijn wiegje liggen met een mooie melksnor. Dat was zo’n prachtig gezicht. En een duidelijk bewijs dat ‘ie vannacht melk binnen gekregen heeft.

De kraamzorg zag vanmiddag ook al snel dat het voeden goed ging. En dat terwijl ik zelf helemaal niet echt goed oplette of bijvoorbeeld de lipjes wel gekruld waren of dat de tepelhof helemaal in het mondje zat. En als de kraamzorg vroeg of alles goed ging, zei ik ja. Maar het is toch ook belangrijk om eerlijk te zijn. Mijn tepel deed wel een beetje pijn tijdens het voeden en dat gaf ik niet altijd aan. Ik ben dan ook een rasoptimist. Dat gaat wel over. Maar jezelf groot houden is natuurlijk nergens voor nodig. Uit ervaring weet ik immers dat tepelkloven geen pretje zijn. Zeg ik terwijl ik naar de donkere blaartjes op mijn tepel kijk.

19 juni Waarom neem ik nu niet gewoon echt de tijd om te voeden? Ik moet er echt aan denken om elke keer goed te gaan zitten. Maar het is zo makkelijk om soms te denken dat een arm- of rugsteun niet nodig is. Nu ik pijn in mijn schouder begin te krijgen, weet ik echter wel beter.

Mijn te felle bedlamp heb ik verruild voor een zaklampje. Maar door de halflege batterijen lag ik midden in de nacht met een hongerig kind in het donker. Bleek ik helemaal geen licht nodig te hebben, Giu hapte in een keer aan. Als een hongerig poesje dat instinctief op de zoet ruikende tepel afgaat.

20 juni De derde dag staat bekend om stuwing en aan mijn decolleté te zien, begint het bij mij nu ook. ’s Avonds tijdens het omkleden druppelt de melk er ook zomaar uit. Mijn borsten worden nog steeds (net) op tijd (bijna) leeggedronken. Ik ga dan ook nog niet aan de slag met warm-koud kompressen of masseren.

23  juni Ik ben de stuwing goed doorgekomen. Deels met struisvogelgedrag, ik dacht steeds ‘dat komt wel goed, die kleine drinkt al die melk wel weg.’ Soms vond ik het zelfs wel zielig: zo’n klein kindje dat zulke grote hoeveelheden melk binnenkrijgt. Ik hoorde de melk echt uit de borst en in het keeltje schieten. Klok, klok, klok.

Onder de douche had ik zojuist een dejavu. Toen ik me afdroogde herinnerde ik me ineens weer hoe pijnlijk het kan zijn om met een handdoek langs mijn tepels te gaan. En spontaan viel me ook gelijk mijn foefje in. Ik houd met een rechterhand de punt van de handdoek vast terwijl ik met de linkerhand de rechterarm afdroog en andersom. Op die manier bungeld de handdoek niet alle kanten op en vermijd ik dat de stof langs mijn borsten schuurt.

Ik bedacht me ook dat het tijd wordt om nieuwe voedingsbeha’s te kopen. Ik heb er wel een hoop bewaard van de vorige keer, maar die blijken toch teveel uitgerekt te zijn. Voor de nachten en thuis wil ik een stevige beha, maar voor werk en een dagje weg vind ik een beha met beugel ook erg fijn. Ik hoorde wel eens verhalen dat je helemaal geen beugel mag dragen als je voedt, maar er zijn er best wat te vinden die ook geen melkkanalen afknellen of andere kwaaltjes zouden veroorzaken.

24 juni Ik breng voor het na de bevalling eerst de oudste naar school. Het lijkt een hele onderneming zo met z’n drieën op pad, maar het valt best mee. Ik kom er halverwege alleen wel achter dat ik de  zoogkompressen vergeten ben en hoop dus dat ik niet ga lekken.

26 juni Onder het voeden ben ik  met al mijn aandacht bij de baby en de borst waar ‘ie aan drinkt. En let dus niet op de andere borst die ondertussen vrolijk leeg lekt (weer geen zoogkompres gebruikt) waardoor het broekje van mijn baby helemaal nat wordt. Oeps.

Ik merk dat ik helemaal niet echt op de klok let en dus constant bijhoud wanneer de kleine moet drinken. Hoeft ook niet, want zo’n 20 minuten voor elke voeding slaan mijn borsten alarm. Twee a drie seconden lang voelen mijn borsten een beetje pijnlijk aan, alsof ze uit hun voegen barsten. Op dat moment gaat de melk in de startblokken staan, klaar om gedronken te worden.  Altijd handig zo’n natuurlijke wekker.

27 juni Ik heb nu echt meer pijn in mijn rug en schouders. Wat me er gelijk weer aan herinnert om echt goed te gaan zitten als ik ga voeden.

Het is lekker weer, de bbq staat aan en het ruikt heerlijk. De baby heeft 3,5 uur geleden gedronken en kan dus elk moment komen. Vast en zeker net als het vlees gaar is. Weer een déjà vu. De vorige keer heb ik ook vaak koud gegeten omdat de kleine steeds honger had als mijn eten net was opgeschept. Ik pak hem dus op, geef vitamine D en K met een lepeltje waardoor hij wakker wordt en leg hem gelijk aan. Na een paar minuten verschoon ik de luier en ja hoor: het eten is klaar. Maar ik ben niet voor een gat te vangen. Ik leg het voedingskussen op mijn schoot, tussen mijn buik en de eettafel. De baby leg ik daarop aan mijn klinkerborst. Theedoek erover en met mijn rechterhand kan ik eten zonder dat de baby vies wordt. Voila, tegen de tijd dat ik mijn toetje wil eten, slaapt ‘ie en kan ‘ie in bed.

29 juni
Het is zo warm dat de mussen van het dak vallen en ik zit te relaxen in de tuin. Even voel ik weer dat de melk in de startblokken gaat staan. Dan ineens een grote natte plek op mijn jurk. Ik ben gewoon door het kompres heen gelekt. Fraai is dat. Meteen voeden dan maar. Alleen bedenk ik me dan ook dat voeden met een jurk aan helemaal niet handig is. Til ik die omhoog, zit ik in mijn onderbroek. Daar wil ik de buurman ook niet mee choqueren. Dus druip ik af naar binnen en neem  me voor om de volgende keer een legging aan te trekken onder mijn jurk.

Vandaag is ook wel weer een aparte dag. In plaats van om de 3 a 4 uur drinken, komt Giu nu vaker. Maar vervolgens ligt ie dan ook weer uren knock out te slapen.

Ik heb me net gedoucht en zoek in de kast naar mijn pyjama. Ondertussen voel ik ineens druppels op mijn voeten. Mijn borsten lekken natuurlijk doordat de melkkanaaltjes door het warme water open zijn gaan staan. Ik grijp snel een beha en kompressen om meer lekkage te voorkomen.

1 juli
Voor het eerst gaan we samen op pad. Giu is twee weken oud en we gaan shoppen in Utrecht. Ik heb geen plan gemaakt om te voeden, ik wacht zijn signalen af en zal dan een plekje zoeken. Gelukkig weet ik wel waar je zoal kunt voeden en ben ik ook niet te bang om ergens te gaan zitten. Ik ben in de V&D als Giu wakker wordt en aan zijn handjes likt. Ik reken mijn aankopen af en ga naar het restaurant op de vierde verdieping. Eerst even verschonen en dan een plekje zoeken. Om de hoek bij de toiletten is een zonnig, ruim eetgedeelte met op het eind twee fauteuils bij een open haard. Die op deze warme dag gelukkig niet brandt. Het is een wifi-plek, maar vanaf nu door mij gebombardeerd als borstvoedingsplek. Ik zit prima in de stoel en door de hoge rugleuning zit ik ook lekker beschut.

Voor het eerst gebruik ik een kipklep die ik op de Negenmaandenbeurs gekocht heb. Zo’n hebbeding dat je moet kopen in de wetenschap dat je het wellicht niet echt nodig hebt.  Wat waar ik eerst een hydrofielluier voor gebruikte of een sjaal, is er nu dus de kipklep. Een katoenen ronde doek met aan een kant een kleiner ‘tasje’ dat je over je schouder legt. Dit kleine ‘tasje’ is verzwaard zodat de doek goed blijft liggen. Je kunt er ook je doek in opbergen en er is plek voor spuugdoekjes. Het leuke van de kipklep is dat er een spiekgat inzit waardoor je de baby kunt zien drinken, zodat je de doek niet hoeft op te tillen. Nou, goed. Lekker afgeschermd heeft Giu gedronken daar en ik had mijn vuurdoop wat in het openbaar voeden betreft weer gehad.

’s Avonds ruik ik dat zoete geurtje weer. Het stijgt op vanuit mijn borsten, alsof ik er een kilo verse, fijngeknepen aardbeien heb verstopt. Zou dat komen van de druppeltjes melk op mijn kompressen en beha die door de warmte gaan ruiken? Ik heb na het voeden van Leandro nog maandenlang die geur in mijn ondergoedlade geroken.

Na ons uitstapje heb ik alle koopjes weggelegd en ben ik Giu lekker boven op bed gaan voeden. Daar werd ik zelf ook lekker loom van, dus doezelde een beetje weg. Buiten hoorde ik door het open raam zacht kinderen spelen in het speeltuintje voor onze deur. Ik hoorde ze ook praten: ‘Dag lief hondje. Kom je spelen?’ Maar ik lette er verder niet op. Een goed halfuur later liep ik de trap af en zag tot mijn schrik dat de voordeur open stond. En ja hoor, dat lieve hondje was die van mij. En die was er nu niet meer. En onze hond is er nu niet een die het gewend is om los buiten te lopen, dus ik kreeg ter plekke een hartverzakking. Waar was Bo? Ik moest haar direct gaan zoeken! Ik keek buiten rond terwijl mijn hart in mijn keel bonkte. Ik riep haar naam, maar zag niks. Er zat niks anders op dan Giu in de kinderwagen te leggen en te gaan zoeken. Ik liep naar boven, kwam met de kleine weer beneden en om het hoekje keek de hond. Ze genoot zichtbaar van haar kleine uitstapje, maar had mij gelukkig toch horen roepen. Ik was gelijk toen jaar ouder, maar ook enorm opgelucht.
2 juli
Ik zie witte puntjes tegen het gehemelte van Giu. Zou het spruw zijn? Ik houd het in de gaten, maar als het een dag later niet meer is geworden en het drinken gewoon goed gaat, ben ik weer gerust.
Het bezorgt me wel een herinnering van een tijd dat de borstvoeding niet zo goed ging. Ik voedde Giacomo ’s nachts huilend van de pijn. Elke  keer als hij aanhapte, trol ik mijn tenen krom.  En dan kon hij ook nog eens niet zomaar drinken. Hij moest echt flink boos worden. Dan pas ging zijn mondje wijd genoeg open om goed aan te happen. Zo zielig om te zien, hij deed zo zijn best.

7 juli
Als mijn broer op bezoek komt, ben ik Giu net aan het voeden. Ik bedek me zo dat je niks zie en maak met de kleine aan de borst de deur open. Ik vind voeden terwijl er bezoek is niet zo erg. Ik kan ook goed de baby ‘afkoppelen’ terwijl niemand iets van mijn tepel ziet. En ja, anders moeten ze ook maar niet zo kijken. Toen gisteravond de buren op bezoek kwamen ben ik wel in de open keuken gaan zitten. Zo kon ik wel meepraten, maar zat ik niet zo open en bloot te voeden. Net na de geboorte van Giacomo ging ik daar anders mee om. Toen voedde ik gelijk de eerste dag al terwijl mijn schoonouders en daarna vrienden op kraamvisite kwamen. Ik dacht daar niet zo bij na. Het is toch natuurlijk voeden? En ja, daar trek je toch ook je T-shirt bij omhoog? Nu stel ik toch mijn eigen grenzen.

8 juli
Kan een baby ook teveel drinken? Stel dat hij moeite heeft met poepen. Dan huilt ‘ie van de buikpijn. Ik weet niet wat er is, krijg hem niet stil en geef een troostborst. Hij drinkt, maar raakt nog voller. Hij wordt niet lekker, huilt weer, maar drinkt wel weer aan de borst om tot rust te komen. Ik kan er vanavond mijn vinger niet opleggen. De kleine blijft huilen en drinken. Met af en toe een hazenslaapje tussendoor.

9 juli
Een nadeel van borstvoeding? Okay, komt ie. Soms heb ik geen tijd om te voeden. Omdat ik iets ander s wil doen, ergens anders heen wil. En dus trek ik de kleine gewoon van de borst als ik denk dat ‘ie nu wel genoeg heeft gehad. Kijk, met een  fles doe je dat niet zo snel, dan wacht je tot die leeg is of de baby klaar is. Maar nu denk ik: als ‘ie niet genoeg heeft gehad, meldt hij zich maar iets eerder dalijk.
10 juli
Ik gooi mijn zoogkompressen in de prullenbak en denk er gelijk aan dat ik deze dan snel moet legen. Doe je dat niet dan wacht je een verrassing. De kompressen zitten namelijk volmelk en tja, melk kan bederven. Dat had ik eigenlijk zelf ook pas door toen ik eens in een prullenbak keek vol kompressen met groene vlokken erop.

We zitten in de auto naar Sittard. De baby huilt van de honger, we staan in een file die langzaam oplost en er is geen plek om aan de kant te gaan. Ik hou er eigenlijk helemaal niet van, maar doe het toch. Ik haal de kleine uit de maxicosi en voed hem ter plekke. Hopend dat er geen malloot achterop ons rijdt.

Het op gang komen van de borstvoeding en het afstemmen van vraag en aanbod duurde bij de eerste twee langer, maar nu heb ik het idee dat alles goed geregeld is. Ik heb ook niet meer van die volle, grote borsten. Bij Giacomo leek ik soms echt op Pamela Anderson. Als Giacomo dan dronk op bed, vielen we samen in slaap en gebruikte hij de borst als kussentje. Zo schattig!

12 juli
Wat doe je als je dorst hebt en je oom heeft je vast? Dan sabbel je aan zijn bovenarm! Mijn broer, 25 en geen kids, keek even raar op en gaf Giu snel aan mij terug.

15 juli
Het wordt toch maar eens tijd dat ik andere voedingsbeha’s ga kopen. Dus rijd ik tussen twee voedingen in naar Nieuwegein. Bij Livera hebben ze slechts twee beha’s  en die zijn dan ook nog eens niet stevig en met een synthetische zijkant. Bij Hunkemöller is het niet veel beter. De enige voedingsbeha die ze hier hebben is er een met een tijgerprintje. Voorzichtig oppert de verkoopster dat dat vast niet mijn smaak is. Maar ach, afgeprijsd voor 6 euro en ik wil eigenlijk wel eens wat anders dan die saaie dingen. Superfout, maar ook superhip.
22 juli
Ik moet eigenlijk een voorraadje melk opbouwen en Giuliano laten oefenen met de fles. Maar we gaan eerst nog op vakantie voordat ik ga werken en ik heb geen zin om op vakantie met kolf en fles te gaan klooien. Ik geef juist borstvoeding voor het gemak. Toch kolf ik eens na de voeding van 11.00 uur. Het kwam langzaam op gang, maar schoot eruit toen Giuliano ineens begon te huilen. Op internet heb ik al informatie opgezocht over bewaren en opwarmen, dat is altijd handig om te bewaren bij de flessen voor als papa of oma een fles moeten opwarmen.

25 juli
Terwijl ik aan het voeden legt Leandro een zoogkompres op het hoofd van Giuliano. Het is een grappig gezicht.

Vakantie
Op een warme augustusavond gaan we met het gezin naar een typisch Sardijns zomerfeest. Het is een braderie in de dorpsstraten en ze vieren het feest van het everzwijn. Terwijl de oudste twee op het stoepje hongerig een bakje frietjes aanvallen, hoor ik vanuit de kinderwagen ook een hoop gesmak. Om me heen kijkend zie ik geen plek om eens even te gaan zitten. Zo op straat en zonder cafeetjes in de buurt of bankjes om op te zitten, blijft er maar een ding over. Ik tover mijn kipklep tevoorschijn, leg Giu op mijn arm en leg hem aan.
Het zal vast een vreemd gezicht zijn geweest, voelde me haast een zigeunervrouw. Ach ja, moet  kunnen toch. En het kan gekker, want een paar dagen later loop ik door een stadje en langs me loopt een moeder die haar blouse van boven open heeft geknoopt en haar baby die ze op een arm draagt, voedt. Aan haar andere hand een buggy en een kind. En zo liep ze haastig door de straat. Niks mooi afgeschermd of op zijn minst stilstaand. Ze had lichtelijk de wanhoop in de ogen. Zij zal op haar beurt vast een heel goede reden hebben gehad om er zo bij te lopen.

 

Wordt vervolgd…. Met meer dagboek, meer tips en een borstvoeding ABC.

 

 

About the author

Anna Teresa

Ervaren en gedreven journalist/tekstschrijver.
Creatief, proactief en persoonlijk.
Schrijven, communiceren, informeren.
Klein en integer of groots en meeslepend.

Leave a Comment